Woudsend, korte vakantie

Vorige week woensdag vertrok ik vanuit Kampen met de bus naar Woudsend voor een korte vakantie. Een paar dagen alleen op stap. Ik was nog maar net onderweg en had al vertraging door de weg werkzaamheden bij Kampen. Donderdagmorgen, weer met de bus, maar nu naar Sneek naar het Fries Scheepvaart Museum. Een bezoek aan de bibliotheek, op zoek naar informatie over de werfplaat van scheepswerf Fa. J.A. Visscher en Zn. te Zwartsluis en N.V. Scheepswerf Kampen te Kampen.
Beide werfplaten komen uit de collectie van de heer Ton Bodewes en zijn niet te bezichtigen. Wel krijg ik een foto toegestuurd per mail. Voor verder onderzoek naar de voormalige scheepswerf van Visscher uit Zwartsluis zal ik naar het “Maritiem Museum Rotterdam” moeten.
Scheepswerf Visscher Zwartsluis
In mijn bezit is een voorwerp, een soort pin, met op het uiteinde een voorstelling van een schip. Mijn vraag aan de medewerkster van het museum was of zij me kon vertellen wat het voorstelde en waar het voor gebruikt werd. Helaas ! Een vergelijkbaar voorwerp komt niet voor in de collectie en een antwoord op de vraag is vooralsnog niet voorhanden.
Pin met voorstelling schip Wie het weet mag het zeggen!

Mijn volgende vraag is een verzoek, om informatie en (haak)patronen van een Friese “daagse” muts, zoals die o.a. gedragen werd door mijn Friese overgrootmoeder Klaaske Smits. Bij de daagse dracht, na circa 1870, droeg men in het werk en naar de markt een eenvoudige ochtendmuts van katoen of van haakwerk.
Klaaske Smits
In mijn bezit is één patroon, wat uitgegeven is door weekblad Boerderij, 25 november 1981, maar er moeten vast vele variaties geweest zijn.
Friese gehaakte muts
Ik heb heel wat informatie over de Friese streekdracht bekeken, maar heb geen nieuwe patronen gevonden.
Wel tips om verder te zoeken:
De textiel afdeling van het Fries museum.
Het Zuiderzeemuseum.
Openluchtmuseum Arnhem.
De stichting Kostumkommisje Fryslân.
Federatie van Folkloristische Groepen in Nederland.

Geraadpleegde literatuur:
Erfenis van eeuwen, Brabantse mutsen uit grootmoeders tijd, Cruys Voorbergh.
Aangekleed gaat uit.
Alledaagse dingen, nieuwsblad voor volkscultuur (FFGN).

Uit N.W.H Geluiden, februari 1958

Personeelsblad N.W.H. Geluiden,
Nummer 2, februari 1958

Wat gebeurd er bij de N.W.H. ? (NV Vervoermaatschappij De Noord-Westhoek te Zwartsluis)

Antwoord: heel veel. Van vroeg tot laat door kruisen onze bussen het vervoersgebied en ieder met schrijverstalenten zou elke dag een boek kunnen schrijven. ’t Zou wat veel worden. En laten we daarom eens een paar momentopnamen maken. Hoe laat? 11.09? Afgesproken.
We nemen een vliegmachine en “hangen” om 11.09 boven ons gebied.
Chauffeur Franken is op weg naar Blokzijl bij Ruimzicht net die boer, die altijd midden op de weg zit met zijn trekker, voorbijgereden. Walburg neemt aan De Noorde een passagier uit Genemuiden op, die ’t maar lastig vindt dat op dat uur nou net geen bus van Genemuiden rijdt en van de Linde zit zich suf te piekeren, hoe hij overmorgenavond 9 wagens met de bijbehorende bemanning voor Steenwijk bij elkaar grijpt. Peter van Dijk rijdt op z’n dooie gemak tussen Giethoorn en Steenwijk met een (helaas) bijna lege bus, en denkt er aan dat hij zondag best vrij zou willen zijn, maar dat…… Doosje staat met zijn bus voor de IJsselbrug (Kampen) en kan er niet over omdat in het midden twee militaire vrachtwagens klem zitten. Hij rekent, en denkt aan de aansluiting straks in Zwartsluis.
IJsselbrug Kampen
Veneberg is net klaar gekomen met z’n eerste doorsmeerbeurt vandaag, die erg meezat, en veegt z’n handen af. De direkteur en z’n staf bespreken een zwaarwichtig kostenprobleem, maar zitten er toch op hun gemak bij. Alie Wink is op ’t postkantoor en haalt een aangetekend schrijven op, dat later blijkt de nieuwe concessie’s voor 1958 t/m 1967 te bevatten. In Meppel en in Emmeloord zit er één aan de koffie, waarbij we moeten vaststellen, dat de laatste dik te vroeg is binnengekomen, en daarom noemen we z’n naam niet, maar Winters benut zijn tijd en rekent in Meppel onderdehand zijn staat van gisteren uit. 
Station Meppel
Op de Blauwe Hand-lijn heerst in dit stille uur rust; Duiven had een paar uur geleden een lekke band en rent Steenwijk binnen, nog net op tijd voor de trein. En die andere in Steenwijk die uit Emmeloord kwam maakt een praatje met zijn collega van de N.T.M. en ze vinden beide dat het vanmorgen vroeg maar glad en mistig was. “Heb je gehoord van die bus”, en dan volgt een verhaal over een boom, enz. Monteur Dijkstra is even aan het proefrijden, en kijkt juist om hoe de banden na de remproef op de weg tekenen, terwijl Femmigje de passagiers van De Noorde bedient en onderdehand aan de toekomst denkt. Winters “van ’t veer” kijkt naar links en kijkt naar rechts, van die kant één, en ginds één, nee ’t lukt niet. Maar even wachten. En zo zouden we over ieder wat kunnen vertellen. (Er moet wat over blijven voor een volgende keer).
XX” 

Jammer genoeg staan er twee kruisjes onder het artikel, ik weet dus niet wie dit stukje geschreven heeft.

Kinderreis van de P.O.V. van Vervoermaatschappij De Noord-Westhoek uit Zwartsluis, augustus 1969

Nog steeds bewaar ik goede herinneringen aan de kinderreisjes van de P.O.V. van Vervoermaatschappij De Noord-Westhoek uit Zwartsluis.
In het personeelsblad N.W.H. Geluiden uit september/oktober 1969 stond het onderstaande verslag:
Kinderreis NWH Zwartsluis
Naar Hellendoorn
Tijdens de kinderreis, welke op 30 augustus door de P.O.V. werd georganiseerd, werd de kinderen gevraagd een opstel of tekening te maken om eventueel in het personeelsblad te kunnen publiceren.
In totaal kwamen er 5 opstellen en 9 tekeningen binnen, welke allen alleraardigst zijn.
We meenden dat Henrie Visserman uit Emmeloord de belevenissen het nauwkeurigst heeft weergegeven en daarom nemen we zijn opstel hier in zijn geheel op.
“Het mooie kinderreisje naar Hellendoorn
Om 1 uur stond de bus in Zwartsluis al klaar. Het was een nieuwe DAF-bus.
In Zwartsluis vertrokken we om ongeveer één uur. Toen we een poosje hadden gereden kwam Zwolle al in zicht. We reden door Zwolle heen en kwamen daarna op de grote weg.
We hadden al een heel eind gereden en kwamen in Nijverdal. We zijn Nijverdal ook nog door geweest. Toen gingen we naar de Holterberg.
De hei stond heel mooi in bloei.
Op de Holterberg hebben we ook nog gestopt en daar hebben we nog wat gespeeld. We hebben boomverwisseltje gedaan, en we moesten om 3 uur weer bij de bus zijn, want er werden foto’s van ons gemaakt.
Meneer Doosje was onze leider. We hadden allemaal hei aan de bus gehangen. Toen moesten we weer in de bus, en gingen naar de grote speeltuin.
We kregen een groot glas met limonade. Daarna gingen we in de sprookjestuin. Toen we klaar waren moesten we nog op de anderen wachten. We gingen toen nog in de lorrybaan en de draaimolen.
Meneer van Dijk gooide een dubbeltje in een automaat en toen begon er iemand te plassen. Het was Manneke Pies van Brussel. Ik kreeg een straal in mijn gezicht.
Toen moesten we weer in de bus en toen we weer reden kregen we een hele grote koek.
We gingen door Hellendoorn en rechtstreeks naar Zwolle.
Toen we in de speeltuin van Ommen gingen mochten we niet over de kettingbrug. Een poosje later moesten we in de eetzaal komen.
We kregen borden vol patat!
Toen we dat op hadden mochten we weer in de speeltuin, maar dat duurde niet zo lang, want we moesten ook weer op huis aan.
In Hasselt stapten al een paar kinderen uit en toen gingen we weer naar Zwartsluis.
We moesten allemaal onder de bank gaan zitten en opeens naar boven springen.
Toen we dat gedaan hadden moesten we weer met de bus van Emmeloord mee.
En ik wil nog zeggen: Hartelijk dank voor dit reisje van de P.O.V. naar Hellendoorn.”
Na het lezen van dit mooie opstel begrijpt U allen wel dat het een geslaagde reis is geweest, zowel voor de kinderen als voor de leiding, die bestond uit de heren Van Dijk (tevens chauffeur), Doosje, De Graaf en de dames Doosje, Mijnten en Schraa.
De tekeningen kunnen helaas niet worden afgedrukt in dit blad. Wel drukken we een aantal foto’s af, waar meneer De Graaf weer voor gezorgd heeft.

N.W.H. Geluiden 1957-1970

Van mijn moeder heb ik alle personeelsbladen van de NV Vervoermaatschappij De Noord-Westhoek te Zwartsluis gekregen. N.W.H. Geluiden jaargang december 1957 tot jaargang december 1970.
Ik heb goede herinneringen aan de reisjes die werden georganiseerd voor de kinderen van het personeel van de N.W.H. Ik hoop dat er in het personeelsblad nog iets geschreven staat over deze kinderreisjes.
NWH Geluiden
Uit het eerste nummer dat verscheen in december 1957 wil ik u het volgende citaat niet onthouden:
“Hoe kan de levende N.W.H. geschiedenis beter bewaard worden dan in dit blad? Ik gebruik de woorden levende geschiedenis in tegenstelling tot dode geschiedenis die in statistieken en jaarverslagen wordt vastgelegd. Bewaar de nummers van dit blad zorgvuldig – jaren later kunt u er nog veel plezier van beleven.” Hoe waar zijn die woorden, geschreven door de toenmalige directeur Herman Hesselink. Nu jaren later hoop ik inderdaad veel plezier te beleven bij het lezen van deze oude personeelsbladen.
Henk Jousma
Uit NWH Geluiden nr.1, Weerbericht:
Weersverwachting geldig van hedenmorgen tot eergisteren. Noord-Westhoekige wind, welke tourritten aanvoert. Op sommige plaatsen pessimistische buien, later overgaand in hagelvlokken. Tussen de buien droog en zonnig weer. Temperatuur oplopend tot om het vriespunt.
Waarschuwing voor het rijdend personeel: Zachte berm! Slipgevaar!
Maximum snelheid: Harder dan snel.
Voor het overige personeel geldt de waarschuwing: Anti-vries voor heel uw leven en het P.O.V.-orgaan Uw bijdrage geven.
W. Schraa

Dektjalk “De Hoop”

Tekst van een door mij geschreven artikel voor de Historische Vereniging van Zwartsluis, verschenen in de “Sluziger Kroniek” no. 57 september 2009.

 




tante Gees en oom Reinder
Parenteel Vlot

Dektjalk “De Hoop” was jarenlang in het bezit van Reinder van de Beld en Geesje Vlot. Het echtpaar had geen kinderen die het bedrijf konden voortzetten. In 1970 is het schip, compleet met inventaris, verkocht aan de Stichting Openlucht Binnenvaart Museum te Rotterdam en in 1983 wordt het schip overgedragen aan de gemeente Rotterdam. Het schip was toen nog in originele staat. Vroeger werden dit soort schepen gebruikt voor visserij, transport en veerdiensten.


 

 

 

Het Jagen

Jagen is het vanaf de wal voorttrekken van een schip. Schepen werden vaak uit noodzaak gejaagd. Dit vond vaak plaats omdat de wind uit de verkeerde richting kwam, of omdat het schip niet de ruimte had om te zeilen en men toch op een bepaalde plaats moest zijn, binnen een bepaalde tijdsperiode. In smalle en ondiepe wateren kon je alleen zeilen als je de wind mee had. Wanneer je de wind van voren had of er was helemaal geen wind dan moest je wel jagen om nog vooruit te komen. Meestal betekende dit dat je aangewezen was op “man”kracht. Vaak bleef de vrouw aan het roer en liep de schipper in de zogenoemde trekzeel, maar er waren ook vrouwen die een schip uren lang voortsleepten. Op bepaalde wateren kon je tegen betaling een beroep doen jagers met een paard. Voor het jagen werd er in de mast een lijn gebonden. Bij zeilschepen werd de jaaglijn meestal aan de fokkeval gezet en tot halverwege de mast gehesen, dit is duidelijk te zien op de foto. De jaaglijn was een henneplijn, aan het eind hiervan werd een brede band van jute of leer geknoopt dit noemde men een trekzeel. Meestal werd de trekzeel op borsthoogte, rond het lichaam en de armen gedragen, ook dit is op de foto goed te zien. Werd er met paarden getrokken dan werd de lijn aan het paardentuig vast gemaakt. Op plaatsen waar veel gejaagd werd, liep er langs het water een jaagpad.

 

 

 

 

 

Dektjalk “De Hoop” is een zeilschip, de foto laat zien dat het schip getrokken wordt door tante Gees.

“Big Brother”

Zwartsluis en Rotterdam verschillen enorm van elkaar. Denk alleen maar aan zaken als inwoneraantal en oppervlakte. Toch liggen het plaatsje in de Kop van Overijssel en de Maasstad niet eens zover uit elkaar als op het eerste gezicht lijkt. Beide worden namelijk gekenmerkt door schepen, kaden en bruggen. Het water vormt een onverbrekelijke band tussen Zwartsluis en Rotterdam. Dit gemeenschappelijke karakter wordt onderstreept door een schip. Op de kade van de Leuvehaven in Rotterdam ligt namelijk dektjalk “De Hoop” uit Zwartsluis. Met wat googelen kom ik op de website www.wjousma.nl terecht. Daar is te lezen dat “De Hoop” een dektjalk is die in 1970 aan het Havenmuseum in Rotterdam is verkocht. 
Een stukje Zwartsluis op een Rotterdamse kade. Alsof de grote Zuid-Hollandse broer zijn Overijsselse zusje even uit het water heeft getild om haar straks weer verder te laten varen.
Jan Smit
Dektjalk “De Hoop”

Inleiding
Naar aanleiding van het stukje van de heer Jan Smit is mij gevraagd een artikel te schrijven over dektjalk “de Hoop”, met als thuishaven Zwartsluis.
In de eerste plaats wil ik mij aan u voorstellen, ik ben Wijtske Jousma, geboren in 1957 te zwartsluis en in 1978 gehuwd met JA, nakomeling uit een familie die vanaf circa 1736 in Zwartsluis woonachtig is. Uit (stamboom)onderzoek blijkt dat onze familie een rijke geschiedenis heeft binnen de scheepvaart en aanverwante beroepen. 
Onze zoon, student te Middelburg, is werkzaam voor deze zomerperiode bij het Deltapark Neeltje Jans in Zeeland, mijn man, heeft door zijn beroep vele contacten binnen de scheepvaart en is op dit moment voorzitter van Koninklijke Schippersvereniging “Schuttevaer” afdeling Zwartewater, zijn vader Willem Visscher was scheepsbouwmeester en zijn grootvader Jan Albert Visscher was huis- en scheepssmid en grondlegger van een scheepswerf in Zwartsluis. 
Een overgrootvader, Andries van Dorsten was kapitein op de Paul Kruger II, die een beurvaart onderhield tussen Meppel en Rotterdam. Ook de familie van Dorsten is een uit Zwartsluis afkomstige familie en komt in 1714 al voor in de doopboeken van Zwartsluis.
Grootvader Jan Albert Visscher treedt in 1906 in het huwelijk met Aaltje Vlot en haar zuster Geesje Vlot treedt in 1930 in het huwelijk met Reinder van de Beld, schipper en eigenaar van Dektjalk “De Hoop”. Hun enige broer Willem Vlot vertrekt tussen 1918 en 1921 naar Den Helder en is daar werkzaam als scheepssmid. Geesje Vlot is evenals haar zuster en broer opgegroeid in de buurtschap Hamingen. Het is waarschijnlijk dat Geesje Vlot en Reinder van de Beld na hun huwelijk in 1930 aan boord van dektjalk “De Hoop” zijn gaan wonen.
 

Een dektjalkDe tjalk is een zeilend vrachtschip, welke veelal vaarde op de binnenwateren. In de 17e eeuw werd de naam tjalk voor het eerst gebruikt voor schepen met een ronde boeg. De tjalk is lang, smal en ondiep van bouw, verder heeft hij een volle ronde boeg en ronde klimmen. Op enkele uitzonderingen na hadden zij één mast en waren voorzien van zijzwaarden. Deze schepen werden zowel in hout als ijzer en later van staal gebouwd, voornamelijk in Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en een enkele keer in Noord-Holland. Door de vaak vele verschillen in herkomst, uitvoering en gebruik kregen tjalken een naam die hiermee te maken had. Zo kennen we allemaal wel de Friese tjalk (of skûtsje), een tjalk voor de kleinere waterwegen in Friesland. De dektjalk onderscheidt zich van andere typen tjalken doordat de woonruimten geheel onder dek liggen en via een trap toegankelijk zijn. Dit in tegenstelling tot de paviljoentjalk waar de woonruimtes gedeeltelijk boven dek liggen. Door de geringe afstand tussen de bodem en het dek konden dergelijke schepen komen op plaatsen waar andere zouden vastlopen. De diepgang was veelal niet meer dan ruim een halve meter, waardoor de (dek)tjalk een groot vaargebied had.

Dektjalk “De Hoop”De (geklonken) stalen dektjalk “De Hoop” werd onder zijn eerste naam “De drie gebroeders”, in 1890 gebouwd op de scheepswerf van Fernhout te Smilde, deze werf lag tussen de Jonkersbrug en de Grietmansbrug aan de westzijde van de Drentsche Hoofdvaart.

Naam: 
 “De Hoop”
   
Activiteit:
 Scheepvaart
Soort Vaartuig: 
 Zeilend Bedrijfsvaartuig
Gebouwd  door:
 Werf Fernhout in Smilde
Type:
 Dektjalk
Bouwjaar:
 1890
Afmetingen (lxb):
 20,85m x 4,49m
 Holte:
 1,72
Diepgang:
 0,54m
Laadvermogen:
In 1901 te boek gesteld voor 84 ton. Later in 1943, voor 96,258 ton
Voortbeweging:
 Zeilend, trekvaart
Indeling:
Achteronder (woning onder het dek), ruim, vooronder
Tuigage:
1 mast met bokkepoten, grootzeil met rechte gaffel, fok, kluiver 
Volgens informatie van het Maritiem Museum te Rotterdam is “De Hoop” eerst in eigendom van Jan Meijboom (Harmszoon) wonende te Meppel, onder de naam “Drie Gebroeders”. In 1900 verkoopt hij het schip aan een schipper Albert (waarschijnlijk is dit Albert Ellen geweest). Albert verkoopt het schip vervolgens in 1916 aan Berend van de Beld. 
 
Sinds kort is het mogelijk om onderzoek te doen in een deel (de liggers) van het archief van de Scheepsmetingsdienst, welke zich bevinden in de collectie van het Maritiem Museum te Rotterdam. Deze liggers zijn doorzoekbaar via het nummer van de meetbrief. Dektjalk “De Hoop” heeft twee nummers. Het oudste nummer is Zs 362 N (voor Zwartsluis). Datum van de eerste meting was 1 mei 1916 en de eigenaar was toen Berend van de Beld. In 1937 werd “De Hoop” opnieuw gemeten, ditmaal in Amsterdam. De eigenaar was toen Reinder van de Beld. Er heeft hierna geen meting meer plaats gevonden. 
In 1970 verkoopt Reinder van de Beld dektjalk “De Hoop” aan de Stichting Openlucht Binnenvaartmuseum en in 1983 wordt het schip overgedragen aan de Gemeente Rotterdam. Dektjalk “De Hoop” staat op dit moment op de wal in de Leuvehaven en is in gebruik als “Het Knopenpaleis”.
 

Dektjalk “De Hoop” is in 1970 in originele staat en compleet met inventaris overgedragen aan het museum met de bedoeling dat het schip bewaard zou blijven als herinnering aan voorbije jaren. Mijn man Jan Albert Visscher herinnert zich nog hoe het er uitzag. Het ruim -waar je van oom Reinder mocht voetballen- en achter op het schip, waar je met een trapje naar beneden ging en je in een kleine kombuis/roef kwam. In de hoek een ronde bank en een kleine tafel, hiertegenover de bedstee waar geslapen werd en daarnaast het fornuis. Vroeger werden in het ruim verschillende ladingen vervoerd (bijvoorbeeld turf, graan, aardappelen, suikerbieten en schelpen), in latere jaren lag het schip in de winterperiode te Meppel en werd gebruikt als opslag voor graan door de Coöperatieve Landbouwbank Meppel.

In bezit van de familie is een foto van Geesje Vlot, gemaakt in de jaren vijftig op het Oranjekanaal. De foto laat zien dat het schip getrokken wordt door Geesje Vlot. Zij loopt in een zogenoemd trekzeel, om doormiddel van “man”kracht het schip vooruit te trekken. Dit wordt ook wel jagen genoemd. Schepen werden vaak uit noodzaak gejaagd. Dit vond plaats omdat de wind uit de verkeerde richting kwam, of omdat het schip niet de ruimte had om te zeilen en men toch op een bepaalde plaats moest zijn, binnen een bepaalde tijdsperiode. Vaak bleef de vrouw aan het roer en liep de schipper in de zogenoemde trekzeel, maar er waren ook vrouwen die een schip uren lang voortsleepten. 
Ik ben me er van bewust dat er vast nog veel meer te vertellen valt over de periode waarin dektjalk “De Hoop” over de Hollandse wateren vaarde. Ik nodig dan ook een ieder uit die meer informatie heeft dit met ons te delen.

Wijtske Visscher-Jousma
Februari 2009
Bronvermelding:
Historisch Centrum Overijssel, Zwolle
Maritiem Museum, Rotterdam

 

Laatste vaartocht van het vaarseizoen 2012

Het afgelopen weekend hebben we de laatste tocht van dit seizoen gevaren, van Woudsend naar Vollenhove. De boot gaat hier uit het water om deze winter geschilderd te worden. Zaterdagmorgen zijn we rond 12.00 uur vertrokken uit Woudsend in de richting van Sloten. Vanaf Sloten varen we over het Brandemeer, de Follegasloot, Tjeukemeer, langs Echtenerbrug, door de mr H.P. Linthorst Homansluis naar Ossenzijl. Hier blijven we liggen tot maandagmorgen. Zondag brengen we een bezoek aan het bezoekerscentrum van het Nationaal Park “De Weerribben”. Ik vind dit een bijzondere beleving, het doet me denken aan de jaren uit mijn jeugd die ik doorbracht in Zwartsluis. Samen met mijn vader trok ik eropuit “De Kraggen” in opzoek naar wilgentenen voor in de groentetuin. “De Kraggen” is een uitgestrekt moerasgebied wat zich uitstrekt tussen Zwartsluis en Belt-Schutsloot. De flora en fauna in dit gebied is heel bijzonder. Maandagmorgen varen we verder voor het laatste stuk van de tocht we varen midden door het natuurgebied van De Weerribben. Van Ossenzijl varen we naar Kalenberg, Wetering, Scheerwolde, Muggebeet, door de sluis in Blokzijl, over het Vollenhovermeer naar Vollenhove. Ook tijdens deze tocht komen de herinneringen boven. Mijn vader is buschauffeur geweest bij de N.V. Vervoermaatschappij De Noord-Westhoek en had zijn ritten in de kop van Overijssel. Als jong meisje mocht ik in het weekend wel eens een ritje met hem mee, al deze buurtschappen maakten toen veel indruk op mij.

0069
Om te haken had ik mijn nieuwe boek meegenomen, Textured Crochet Lace, van Renate Kirkpatrick. In plaats van een breirol of een (mee)breideken wil ik een haakrol of (mee)haakdeken gaan maken. Ik ben begonnen aan het eerste lapje, maar moet het weer uithalen omdat het te strak wordt. Verder had ik een handdoekje meegenomen om er een kantje aan te haken.
0065

 
 

Langs het ontstaan van Koninklijke Schuttevaer

In 2009 is ter gelegenheid van het 160-jarig bestaan van schippersvereniging “Koninklijke Schuttevaer” door de afdelingen Zwartewater (Meppel, Zwartsluis en Hasselt) en IJsseldelta (Zwolle en Kampen) een fotoboek samengesteld waarin verleden en heden uit deze plaatsen met elkaar zijn verbonden.

“Denkbeeldig ‘varen’ wij langs deze plaatsen. De titel ‘Langs het ontstaan van Koninklijke Schuttevaer’ sluit hierbij passend aan. In dit fotoboek is tegelijk een deel van een uniek historisch gedicht opgenomen. Wij worden bij het zien van de foto’s van Meppel, Zwartsluis, Hasselt, Zwolle en Kampen herinnerd aan de landschappelijke ligging aan het water. Er is gekozen voor zo’n tien fraaie foto’s van elke plaats met een korte omschrijving van de locatie. Een lastige keuze, want er is veel fraai historisch fotomateriaal. Al kijkend ziet u hoe boeiend en gevarieerd verleden en heden van deze steden/dorpen zijn. Iedereen kan op deze manier haar eigen herinneringen herbeleven.” 1)
Wanneer onder de lezers van deze webpost mensen zijn die belangstelling hebben voor dit boekje dan kunnen ze hierover contact met mij opnemen. Er zijn nog enkele exemplaren beschikbaar.
00098
In het boekje is ook een foto opgenomen van de lidmaatschapskaart van Andries van Dorsten de overgrootvader van mijn man. Onderstaand een foto van hem en zijn gezin aan boord van de Paul Kruger II.
“De foto is gemaakt op de Stoombootkade. Op de achtergrond zien we het pand dat later de (kruidenierswinkel)winkel van Hartkamp was (hier staat nu de Aldi) en helemaal rechts zien we nog een stukje van de slagerij op de hoek Stoombootkade-Brouwersstraat (laatst van Lippinkhof). Het huis links waarvan nog een gedeelte te zien is, staat nog steeds op de hoek van het Bleekerseiland aan het water. Als hier Andries van Dorsten met Elisabeth Pape en vier van hun kinderen opstaan  en de jongste (Jacob, geboren 15-09-1902) niet ouder dan een jaar zal zijn, moet deze foto gemaakt zijn in 1903.” 2)
 
  1.  Citaat J.A. Visscher en R. Huls, 2009, Woord vooraf, pagina 6.
  2. Bron: de heer W. Ponne, e-mail 17-03-2009.

De Waterpoort van Noord

De huidige keersluis in Zwartsluis voldoet niet langer aan de eisen van deze tijd, daarom bouwt Rijkswaterstaat de keersluis om tot een nieuwe schutsluis. Ze doen dat met het oog op de toekomst en rekening houdend met het verleden. Met de nieuwe sluis wordt er opnieuw geschiedenis geschreven over het Meppelerdiep en de sluizen van Zwartsluis. Geschiedenis waarbij economische belangen en water beheersing een belangrijke rol spelen.
Als dank voor de betrokkenheid, kreeg mijn man als voorzitter van “Koninklijke Schuttevaer”, afdeling Zwartewater, het boekje “De Waterpoort van Noord : De bouw van de nieuwe Meppelerdiepsluis in historisch perspectief”, aangeboden. De uitgave, geschreven door historicus Jan ten Hove, vertelt in woord en beeld de geschiedenis van het Meppelerdiep en de sluizen van Zwartsluis.
00097

Rondreis door Friesland

Onze rondreis door Friesland is vandaag begonnen. We liggen in Woudsend en morgen varen we naar Grou. We besluiten om morgen naar een Marrekrite plek te varen voor de overnachting. Vanavond ben ik begonnen om mijn bezoek aan het Streekarchief in Dokkum voor te bereiden. Mijn oudste voorvader Ype Jacobs was schipper en kalkbrander en later coopman te Ezumazijl. Ik hoop te vinden waar hij vroeger met zijn gezin gewoond heeft. Verder zoek ik documentatie over de schelpenvissers en kalkovens van Ezumazijl.
In mijn genealogie van de familie Visscher komt voor Geertje Visscher, gehuwd met Reinder Tulp. Reinder was schippersknecht aan boord van de “De Lutina” een Overijssels vrachtschip, vergaan in 1888 op de voormalige Zuiderzee. Aan boord van de praam bevond zich o.a. een lading schelpen, bestemd voor de kalkbranderijen van Zwartsluis. Volgens de kadastrale kaart uit 1893 stonden er toen in Zwartsluis dertien kalkbranderijen.
De overeenkomst tussen de familie Jousma en Visscher is dat wij afstammen van voorouders die te maken hebben met de scheepvaart en de handel in goederen die hiermee te maken hebben.
 Overzicht Kalkbranderijen Zwartsluis

Wie denk je (wel) dat je bent ?

Who Do You Think You Are is een documentaireserie die al een aantal jaren wordt uitgezonden door de BBC. In deze afleveringen gaan bekende Britten opzoek naar hun voorouders. Op 26 september 2010 startte de Teleac met de Nederlandse versie van dit programma “Verborgen Verleden” waarin samengewerkt wordt met het CBG (Centraal Bureau voor Genealogie). Inmiddels is men begonnen met het uitzenden van de 2e serie. Omdat ik bijna nooit naar tv programma’s kijk heb ik de uitzendingen gekeken op “uitzending gemist”. Op 14 november 2010 werd in de uitzending de familiegeschiedenis van Youri Mulder (Nederlands voetbalanalist en voormalig betaald voetballer) ontrafeld. Mijn moeder maakte mij indertijd attent op deze uitzending, omdat er ook opnamen gemaakt zijn in Zwartsluis, mijn geboortestad. Ik wilde deze uitzending zondag 6 maart 2011 nogmaals bekijken maar hij is niet meer beschikbaar op “uitzending gemist”. Wat is nu (voor mij) het bijzondere van deze uitzending, de voorouders van Youri Mulder, de familie Slurink(Sleurink) zijn waarschijnlijk afkomstig uit Zwolle, nakomelingen van deze familie vertrekken naar Elburg, Kampen en later naar Zwartsluis. De familie uit Zwartsluis heeft raakvlakken met de voorouders van mijn man.
Links:
Verborgen Verleden
CBG
Firma Koos Slurink Zwartsluis  
Slurink Bunkerstations